Onderzoek
Tot nu toe is een hiv-besmetting nog niet te genezen. Er bestaat medicatie die de deling van het hiv-virus remt, en daardoor het ontstaan van ziekteverschijnselen en aids meestal voor langere tijd tegengaat.
Deze medicatie kan ook de overdracht van hiv van de ene persoon op de andere tegengaan, maar dit werkt niet altijd. Wanneer iemand een zeer groot risico op besmetting heeft gelopen (bijvoorbeeld door bloed-bloed contact met iemand die hiv besmet is), kan een zware medicijnenkuur gegeven worden. Met die medicijnkuur is de kans dat men hiv-positief wordt een heel stuk kleiner. Tijdens de zwangerschap van een hiv-positieve moeder kunnen deze medicijnen ook de overdracht van hiv op het kind tegengaan, maar ook hier is het succespercentage niet 100%.
De overdracht van hiv tijdens seksueel contact is te voorkómen door het juiste gebruik van goede condooms of beflapjes. Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van vaginale gels, die het hiv-virus bij seksueel contact zouden moeten doden en zo besmetting zouden moeten voorkomen. Hoewel in vitro onderzoeken (dat wil zeggen, in testbuizen en in gekweekte cellen) veelbelovend waren, is recent weer een groot medisch onderzoek voortijdig afgebroken, omdat de vrouwen die de gel gebruikten juist vaker met hiv besmet bleken te raken. Een verklaring hiervoor is er nog niet.
De beschikbare wetenschappelijke documentatie over de invloed van bepaalde vetzuren en hun monoglyceriden op hiv is opmerkelijk. Van meerdere vetzuren en hun monoglyceriden is vastgesteld dat zij een antivirale (virusdodende) werking hebben op het human immunodeficiency virus (hiv). De vetzuren en monoglyceriden zijn in staat om de lipidenenvelop, waar de buitenkant van het hiv-virus uit bestaat, oplosbaar te maken en daarmee af te breken. Deze onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in peer-reviewde vakbladen.
Met name de monoglyceriden van de middellange keten vetzuren blijken effectief op te treden tegen deze zogeheten lipid coated viruses, ofwel virussen met een lipoproteïne envelop. Laurinezuur zou het grootste antivirale effect vertonen tegen deze door een lipidenlaag omgeven virussen. Hoewel deze middelen veelbelovend zijn, zijn er nog geen grootschalige langetermijnonderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke therapeutische effecten van vetzuren en monoglyceriden op virussen met een lipidenenvelop. Dit soort langetermijnonderzoeken zouden meer bewijs leveren voor de bevindingen uit de kleinschaligere experimenten.
Er zijn twee varianten van het aidsvirus bekend. Hiv-1 en Hiv-2 veroorzaken beiden AIDS hoewel het ontwikkelen van het ziektebeeld AIDS na infectie veel langer kan duren bij Hiv-2. Hiv-2 wordt voornamelijk aangetroffen in West-Afrika. Beide typen zijn vermoedelijk van apen op de mens overgegaan. In heel veel apensoorten worden retrovirussen gevonden, de zogenaamde simian immunodeficientie virussen (Siv). Hiv-1 is het meest verwant aan Siv die gevonden worden bij chimpansees (Pan troglodites troglodites) hoewel Hiv-1 behorende tot groep O meer overeenkomsten vertonen met Siv uit gorillas (Gorilla gorilla gorilla). Hiv-2 is daarentegen meest waarschijnlijk een transmissie van Siv afkomstig van Sooty Mangabey (Cercocebus atys atys). De oorsprong van Hiv-1 ligt dan ook in zuid Kameroen (het verspreidingsgebied van Pan troglodites troglodites) en van Hiv-2 in West-Afrika, waarschijnlijk Guinea Bissau/Guinea Conakry.



Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.